Sterren Vervagen: Hoofdstuk 1

Om het schelle geschreeuw tegen te gaan duwde ik mijn witte oordopjes zo hard in mijn oren dat ik James Brown bijna kon aanraken. Toepasselijk zong de bekende zanger ‘its a mans world’ zo hard mogelijk in mijn trommelvliezen, die op hun beurt op knappen stonden. Mijn grote donkerbruine koffer zette ik zo hard ik kon neer op het foeilelijke protserige Perzisch tapijt en tergend langzaam haalde ik mijn zonnebril uit de opzichtige gekregen koker om Tom te pesten. Ik wist dat dit het bloed onder zijn nagels vandaan haalde en heel in de verte voelde ik het sprankje zelfrespect wat me net genoeg kracht gaf om ervandoor te gaan. Mijn tranen had hij niet gezien, ik wist het zeker. Het gouden horloge en de sleutels van het huis gooide ik met een zo elegant mogelijke boog op de marmeren tafel in de hal, ook al trilde mijn hand zo erg dat ik het niet raar had gevonden als het setje op een heel andere plek zou zijn beland. De vaas met verse en heerlijk geurende pioenrozen; mijn favoriete bloemen, die zorgvuldig waren neergezet door de hulp beefden even, maar bleef tot mijn grote teleurstelling staan. Niet erg. Ik had geen tijd om hier te blijven en iets anders stuk te gooien. Zonder om te kijken of de zware deur achter me dicht te doen liep ik zo zelfverzekerd mogelijk op de kleine kiezeltjes heupwiegend het pad af. Ik deed alsof ik in een film speelde waarbij de prachtige hoofdrolspeelster cool wegliep terwijl er op de achtergrond van alles in de fik vloog en er bommen spectaculair ontploften. Pas toen ik zeker wist dat ik uit het zicht was begon ik van top tot teen te beven, en zakte op de grond tegen het stenen muurtje aan wat ons huis altijd leek af te schermen van de grote boze buitenwereld, die ineens veel minder vijandig leek dan het huis die het omheinde.

Te lang heb ik mezelf beloofd dat ik altijd de eer aan mijzelf zou houden, maar ik was op, ik kon niet meer. Ik had mezelf beloofd echt iets van mijn leven te maken. Iets te doen waardoor ik trots op mezelf zou zijn, maar op dit moment voelde ik geen trots, alleen wanhoop. Ik heb veel meegemaakt en alleen de goeie herinneringen heb ik bewust opgeslagen. De situatie waar ik mezelf nu weer in had laten doen verzeilen zou regelrecht verdwijnen in het verdomhoekje van mijn bovenkamer, en voor altijd op de plek blijven waar ontelbare andere donkere herinneringen waren opgeslagen. Ik heb het eerlijk gezegd altijd als een gave beschouwd; de gave om de nare herinneringen weg te kunnen stoppen en goede herinneringen te bewaren. Ik voel me soms net een computer met allemaal aparte mapjes, maar ik merk dat ik  teveel mapjes heb aangemaakt, en ze zitten allemaal bomvol, Ik ben vastgelopen, en mijn oppervlakkige ademhaling verraad komst op kortsluiting. Het gevoel is me helemaal niet vreemd. Al mijn hele leven kamp ik met paniekaanvallen, maar pas de laatste jaren heb ik mij de kunst van het ontsnappen aan het leven eigen gemaakt. De weg die we allemaal vroeg of laat moeten nemen; de weg waarbij je jezelf tegenkomt en aan het eind van de rit jezelf de hand kan schudden. Die weg ben ik expres uit het oog verloren. Ik weet niet meer wie ik ben, wat ik wil of wat ik waard ben.

De tranen rolden van onder mijn zonnebril eenzaam over mijn wangen naar beneden. Er kwam een flits naar boven van een herinnering die ik liever kwijt dan rijk was. Een van mijn eerste herinneringen. Ik staarde in de verte met mijn rug tegen de koude stenen muur die me terugvoerde naar dezelfde herinnering; aan de kou die ik voelde toen ik op de vloer van de WC van mijn ouderlijk huis zat en tussen de kier van de deur naar mijn vader en moeder keek. Ik moet een jaar of acht zijn geweest. Mijn moeder lag huilend op haar buik op de chique donker geverfde houten vloer en trok aan een van de kaki pijpen van mijn vaders broek. Mijn vader. Ik klampte me vast aan mijn sjaal bij het zien van zijn gezicht aan de binnenkant van mijn oogleden. Mijn vader was de liefste man die ik ooit heb gekend en de mapjes in mijn hoofd die keer op keer voor kortsluiting zorgen lijken zorgvuldig door mijn moeder te zijn aangemaakt.

Ik weet nog dat ik alleen maar kon denken ’niet ik ook’. Het was de periode dat scheiden populair leek te zijn. Alle ouders van vriendjes en vriendinnetjes leken elkaar massaal de hersens in te willen slaan. Mijn vader was schoolhoofd. Iedereen vond mij lief of deden alsof ze me lief vonden om maar in een goed blaadje te komen bij mijn vader, het was mij om het even. Mijn ouders waren als een van de weinige ouders nog getrouwd en we woonden met zijn drietjes in een kast van een huis aan de gracht in het bruisende hart van Amsterdam. Ik voelde al op jonge leeftijd dat ik bevoorrecht was en dat dit met geen mogelijkheid geen formule zou zijn voor een gouden toekomst. Ik zag aan mijn klasgenootjes dat ze me benijden, en hoe naar ik het ook vond dat ze niet in hetzelfde schuitje zaten, toch voelde ik me ergens beter. Misschien dat ik daarom word gestraft dacht ik zuchtend en graaide in mijn tas en tastte met mijn vingers naar het rechthoekige gladde pakje wat altijd de broodnodige hoop bood in moeilijke tijden. Alleen al de aanraking met het gladde voorwerp maakte dat mijn borst langzamer op en neer ging en ik weer een beetje bij kennis kwam. Ik haalde een sigaret uit het pakje en stak hem tussen mijn lippen. De gouden aansteker met mijn initialen die ik van Tom had gekregen voor ons een jarig samenzijn haalde ik uit het pakje en keek er gebiologeerd naar. Ik walgde van mezelf. Hoe had ik ooit zo kunnen leven? Ik heb me om laten kopen door roem en rijkdom. Ik stak de sigaret in een keer aan en inhaleerde diep en sloot mijn ogen zodat ik de rook langzaam door mijn longen voelde dansen. Loom opende ik mijn ogen en keek naar de rook die als een sluier om me heen zweefde. De protserige gouden aansteker lag nog steeds in mijn hand. Ik draaide hem een paar keer rond en zonder er verder bij na te denken stond ik abrupt op en gooide de aansteker zo ver als ik kon weg. Er volgde een geluid waaruit ik kon opmaken dat de aansteker in een paar stukken uit een was gevallen, het bracht maar een klein beetje voldoening, minder dan waar ik op had gehoopt. Ik bracht de sigaret weer naar mijn mond en inhaleerde, ik voelde de rook mijn keel in glippen en aan mijn longen likken, langzaam blies ik iets opgeluchter uit nu de aansteker niet meer in mijn tas zat.

Zonder plan zat ik tegen het muurtje van ons huis. Het viel me mee dat Tom niet achter me aan was gekomen, maar toen bedacht ik me dat Tom nooit onnodig ergens heen zou lopen. Hij moest weten dat het over was tussen ons, dat het niet zomaar een ruzie was geweest. Ik leunde met mijn hoofd tegen de harde koude muur en sloot mijn ogen, mijn moeder bleef aan mijn vaders broek trekken. Ze had gedronken, en lalde dat ze uit wilde gaan. Mijn vader vond dit blijkbaar geen goed idee, en hij had gelijk gehad, het was een doordeweekse avond geweest, en er zat een achtjarig meisje in huis die haar moeder op het grootste voetstuk had staan, en haar nu moord en brand hoorde schreeuwen. De beste vriend van mijn ouders die nog even bleef natafelen zag mij zitten en tilde mij op van de vloer. Hij liep de kamer uit met mij op zijn arm naar mijn slaapkamer. Ik stak net boven zijn schouder uit en naarmate ik mijn ouders kleiner zag worden nam de melancholie toe die bijna tastbaar was en ik vanaf dat moment mijn hele leven met mij mee zou dragen. Eenmaal in mijn kleine, veilige  kinderkamertje op de tweede verdieping van het enorme herenhuis legde hij me liefdevol in bed, en stopte me toe. Het komt goed Bel, doe je ogen maar dicht dan is het voor je het weet ochtend en is de zon weer op. Hij gaf me een kus op mijn voorhoofd en haalde voorzichtig zijn grote warme ruwe mannenhand over mijn oogleden zodat mijn ogen zacht dicht vielen. Ondanks het liefdevolle gebaar wist ik niet hoe gauw ik het bed uit moest komen toen hij mijn kamer uit liep. Ik pakte mijn knuffel en ging met mijn duim in mijn mond boven aan de trap luisteren, hopend op een geluid wat verzoening verried, maar de harde ijzige stem van mijn moeder ging door merg en been. De trap voelde koud aan mijn billen. Na een lange tijd rillend van de kou mijn knuffel fijngeknepen te hebben viel ik in slaap. Het werd inderdaad sneller ochtend dan verwacht, de zon stond al hoog toen ik erachter kwam dat mijn vader was vertrokken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s